Vandaag reden we over de ringweg een stukje het binnenland in, dwars door onbeschrijflijke vulkaanlandschappen en onwaarschijnlijk grote vlaktes. In Nederland zou je allang ergens een boom tegen zijn gekomen; hier niet. Het hoogste wat je tegenkomt zijn struiken of kleine boompjes die niet groter worden dan pakweg een meter.

We komen aan bij Skálholt, bisschoppelijke residentie tot het jaar 1785. De macht van de kerk maakte dat het in die tijd dus ook een politiek belangrijke plaats. Daarvan merk je nu niets meer, het is een erg klein plaatsje met een kleine, maar overmaatse kerk.

Een kop koffie later waren we weer onderweg naar de volgende bezienswaardigheid, die zich hier in vier foto’s ontvouwt:

Sprakeloos :) Erg indrukwekkend. Dit is de geiser Strokkur, de op dit moment hoogste geiser van IJsland. De ernaast gelegen naamgever van het natuurverschijnsel Geysir ligt er wat verloren bij.

Door een overschot aan toerisme aan het begin van de twintigste eeuw, waarbij om een eruptie uit te lokken zeepsop in de geiser werd gegooid, is deze uitgeblust. Toen alles nog werkte slingerde Geysir elke paar minuten watermassa wel 70 meter de lucht in. Dat is een heel verschil met de 20 meter die Strokkur produceert.

Andere enorme watermassa’s worden geproduceerd door Gullfoss, een waterval in de rivier Hvítá.

Van de enorme krachten die hier spelen is al helemaal geen voorstelling te maken. De kleine foto hierboven laat mensen ongeveer zo groot zijn als pixeltjes.

En de rest van de foto’s staan ook weer op de site.