Het beste culturele aspectje van IJsland wat ik mee terug heb genomen moet wel het recept voor Djöflaterta - Duivelstaart - zijn :) Een verleiding met overdaad aan chocolade en eieren. Dé manier om de korte dagen (skammdegi) door te komen is een flinke overdosis aan endorfinen.

Recept voor Djöflaterta (voldoende voor 12 porties). Vertaald uit het IJslands van Uppskriftvefur (letterlijk Receptenweb :) ). 1 cup is ongeveer 237 ml, maar ik heb de laatste keer de gewichten opgeschreven die overeenkwamen met de hoeveelheden, dus waarschijnlijk vind je dat handiger om te gebruiken.

Voor de bodem:

  • 2 1/4 cup (450 g) meel
  • 1/2 cup (75 g) cacao
  • 1 1/2 theelepel bakpoeder
  • 1 theelepel zout
  • 100g boter
  • 1 cup (250 g) suiker
  • 1 theelepel vanille aroma
  • 3 eierdooiers
  • 1 1/3 cup (315 ml) koud water. Met deze hoeveelheid wordt het deeg heel erg vast, ik weet niet of dat de bedoeling is, zelf heb ik er 500 ml bij gedaan en dan wil de mixer er ook nog doorheen. Het mag best een stevige pap worden, het eiwitmengsel maakt het daarna wat dunner.
  • eiwit van 3 eieren
  • 3/4 cup (185 g) suiker

Verhit de oven op 175ºC. Klop de boter en 1 cup suiker totdat de mix licht en licht (letterlijk vertaald, bedoeld wordt een los mengsel :) ) wordt. Doe de eierdooiers een voor een erbij en meng goed door. Voeg het vanille aroma toe. Meng het meel, de cacao, zout en bakpoeder en voeg dit, afgewisseld met water, beetje bij beetje toe aan het botermengsel.

Klop het eiwit stijf, samen met de rest van de suiker. Meng het eiwit met het beslag goed door en giet het geheel in een springvorm (ø 24 cm) en bak het in ongeveer 60 minuten gaar.

Koel na het bakken de taart geheel af en splijt in twee ongeveer even dikke lagen. Het kan zijn dat het deeg nog enigzins vochtig is of niet doorbakken lijkt.

Smeer de crème (zie verder) tussen de twee lagen en de vloeibare chocolade eroverheen (de taart moet al goed afgekoeld zijn zodat de boter niet weer smelt en er tussenuit loopt).

Voor de crème:

  • 100 g “Síríus Suðusúkkulaði” Dit is een pure chocolade (met sinaasappelaroma) van het IJslandse merk Nóí. Gewone pure chocolade smaakt ook erg goed (en is ook daadwerkelijk verkrijgbaar buiten IJsland).
  • 125 g zachte boter
  • 2 eierdooiers
  • 75 g poedersuiker

Smelt de chocolade au bain marie en laat het afkoelen. Klop de boter totdat deze licht en luchtig wordt (± 10 minuten), voeg het eigeel toe, een voor een en klop goed door. Voeg ook de suiker toe en klop wederom goed door.

Klop nog zo’n 5 minuten alvorens de (afgekoelde) chocolade toe te voegen. Is de chocolade nog te warm, dan schiften boter en eieren en is de crème mislukt.

Voor de toplaag:

  • 100-200 g “Síríus Suðusúkkulaði”

Smelt de chocolade au bain marie en laat afkoelen. Als de chocolade weer vast genoeg is, smeer uit over de taart.

Eindresultaat:

Mmmmm. Looks good.